De Cailleach

Reuzin, Godin en Heksenkoningin.

De Cailleach is één van de meest intrigerende en betekenisvolle figuur in de Britse folklore. Sommige verhalen beschrijven haar als een welwillende en oorspronkelijke reuzin van het begin der tijden die het land schiep en de krachten der natuur controleerde en de strenge geest van de winter is. Soms zijn er aanwijzingen dat ze de overleving van een vroegere soevereiniteit voorstelt die de goden van de aarde huisvest of een oude op de natuur gebaseerde cultuur van een priesteres.
In de laatste 1200 jaar heeft het christelijk overwicht haar zowel demonisch als heilig verklaard.
Ofschoon de verhalen van de Cailleach hoofdzakelijk brits zijn, vind zij daar haar oorsprong niet. Bij het onderzoeken van de eerste literaire referenties naar de Cailleach, nemen die ons mee naar de klassiekers van het oude Griekenland en Rome ter wijzingen naar haar in de geschriften geschreven door Herodotus Strabo en Piny 2500 jaar geleden doen veronderstellen dat haar verering als Keltische beschermgodin op het Iberisch schiereiland van Spanje.
Bewegend door de literatuur en zich concentrerend op de overeenkomsten in de motieven, zoals haar enorme grootte en stone carrying leid ons naar het neolitische (van de latere steentijd) Malta.
Er zijn duidelijke overeenkomsten tussen de Cailleach en de
Maltesische reuzin Sansuna, gecrediteerd door de legende bij het bouwen van de 9 gantija tempels op het eiland Gozo. De  indrukwekkende gebouwen zijn de oudste religieuze gebouwen in de wereld. Zelfs ouder dan de piramides en Stonehenge.
Van zo een oude mediterrane oorsprong emigreerde de Cailleach van Spanje naar Ierland en van daar naar Schotland en het eiland Man.
Het is mogelijk dat de verhalen over haar zich verspreiden over de rest van Brittannië, en door gesijpeld in de lokale folklore en in plaatselijke sages. Zo is het mogelijk om weerklanken van haar aanwezigheid te vinden in Engeland, Wales en Jersey. De continentale verbinding is ook versterkt in gedeelde motieven gevonden in Bretagne (Frankrijk) en Scandinavië.
Meerdere mythische figuren van Keltische en Britse mythen vertegenwoordigt de Cailleach wat de aangroeiende kracht van de tijd benadrukt.
Haar zeer hoge leeftijd is een algemeen thema in vele verhalen over haar met als resultaat dat zij bijna altijd aanzien word als een Koningin Heks en oude vrouw; wat haar naam wil betekenen. Haar vermogen om een aardse vorm aan te nemen, en als dusdanig willekeurig plaatsen van grote zware stenen formaties word regelmatig gelinkt met de neolithische begraafplaatsen.
De Cailleach heeft ook een sterke band en invloed op het weer en het water, waarbij ze word aanzien als de Godin van de ‘strenge’ Wintermaanden.
In de literatuur en de legendes word ze in deze hoedanigheid gelinkt aan de Keltische maagdelijke Godin Brigid, soms als tegenpool en op andere momenten als dubbele openbaring van de zelfde Godin.
De omvang van haar macht werd duidelijk toen ze haar controle over de natuurkrachten uitoefende, waardoor ze een betekenisvolle figuur werd in de lokale folklore.
De Cailleach had ook een bijzondere band met dieren, In Ierland was haar favoriete dier de koe en in Schotland het Hert. Ze was er voor gekend dat ze kuddes hield van haar favoriete dieren en hen beschermde tegen jagers. Deze jagers smeekten haar ook om hen bij te staan en een succesvolle jacht te bekomen.
Op één mogelijkheid moet gelet worden en dat is of sommige van de Cailleach verhalen werkelijk gelinkt kunnen worden aan de cultus van de Priesteressen. Dit proces van vergoding van mythische of historische figuren, op genomen in een religieuze cultus zou de grenzen tussen De Cailleach en haar Priesteressen doen vervagen. Het bestaan van zo’n cultus is geen nieuwe gedachte, zoals geopperd werd in 1932 door J.G. Mackay in zijn boek “De hertenjacht en de hertengodin” de cultus van de Oude Caledoniërs.
We hebben literaire verwijzingen gevonden van de laatste 2 eeuwen welke het idee leek te bevestigen van de Cailleach priesters en priesteressen de wijze vrouwen.
Alhoewel, zoals zo dikwijls het geval is, roepen deze hints meer vragen op dan antwoorden, zodat de lezer zelf zijn eigen opinie dienen te vormen.
Het vervagen van de grenzen werd ook aanzien met bezorgdheid naar andere bovennatuurlijke Heksen die aanwezig waren op de overige Britse eilanden. Sommige van hen werden vereenzelvigd met de Cailleach zoals Nien Even en de Gyre Carling. Andere zoals de Black Annis en de Oude trouwen van de bergen delen een aantal gelijkenissen en mogen afgeleid worden van de Cailleach. We hopen dat het materiaal dat we hier voorleggen tot een beter begrip zal leiden over de oorsprong en de belangrijkheid van de Cailleach en dat het anderen zal inspireren om verdere onderzoeken te doen en uit te breiden op het geen we tot vandaag weten.

De afkomst in steen geëtst.

De Cailleach staat op haar eigen, het geen niet hetzelfde is als het pantheon van de Keltische Goden, zij is een oude heks-Godin die het land schiep door haar controle over de natuurkrachten. Zij maakte zelden deed uit van de verhalen en legendes van andere Goden of Godinnen; met haar eigen legendes concentreerde zij zich op zichzelf en haar wisselwerking met het land, de dieren en de mensheid. Aangezien zij geen deel uitmaakten van de stamboom van de families van de Keltische Goden en Godinnen moet er dieper gegraven worden om haar oorsprong te achterhalen en tegelijkertijd ook haar krachten, rol en invloeden te onderzoeken.

De Europese oorsprong van De Cailleach.

Men zou verwachten de 1ste aanwijzingen over De Cailleach op de Britse Eilanden te vinden, maar dat is zeker niet het geval.
De 1ste keer dat zij in geschriften vernoemd word, is in het klassieke werk “De Historiën” geschreven in de 5de eeuw v.Chr. door de Griekse historicus Herodotus. Hij vernoemde een Keltische stam op het Iberisch Schiereiland van Spanje, genaamd ‘De Kallaikoi’ ( het tegenwoordige Galicië in Spanje en noord Portugal).
Verschillende eeuwen later verwees de Griekse geograaf Strabo ook naar deze stam in zijn befaamdste werk ‘Aardrijkskunde’ gemaakt in de periode 7 jaar v.Chr. tot 23 n.Chr.
Hij schreef dat de vrouwen (Priesteressen) van De Cailleach (die later de Galeciane werden), de Asturiërs en de Cantabri stammen die veroverd werden door de Romeinen, waren zeer wreed en moedig, Strabo schreef, het was bekend dat zij liever hun eigen kinderen zouden doden voor ze collectief zelfmoord pleegden, dan dat zij hen zouden laten gevangen nemen door de Romeinen. Gevangenen poogden keer op keer te ontsnappen door hun bewakers te doden en terug te keren naar Gallië. Tevens stonden ze bekend dat zij harde werkers waren e ze hun kinderen baarde terwijl ze op de velden werkten!
De Romeinse auteur Pliny vermeldde De Cailleach in zijn 37 delige encyclopedie ‘Natuur Geschiedenis’ 77 n.Chr.
Strabo en Pliny schreven eerder in het Latijns dan in het Grieks, waardoor de Kalloikoi van Herodotus Cailleach, Cailleace werd, een naam waarvan verondersteld word de aanbidders van De Cailleach te zijn.
Indien dit waar blijkt te zijn zou De Cailleach tenminste 2500j ouder zijn, en in Spanje aanbeden werd als een Godin, mogelijk als de beschermende Godin.
De Romeinen noemden de provincie waar ze de Cailleach vonden naar hen en noemden hen Callaecias het huidige Galicië waar bij het land bedoeld werd.  Deze streek werd later Callaecia en later Galicië zoals het vandaag de dag nog noemt.
Pliny vernoemt een aantal plaatsen van die omgeving in zijn werk,waaronder de stad en have Cale. De haven werd Portus Cale genoemd en werd later afgekort naar Portucale dewelke later in de 12de eeuw Portugal werd. Dus is het zo dat de naam van dit Europese land in feite voortkomt uit de Cailleach.
  

Van Spanje tot Ierland.

Hier richten we onze aandacht op Ierse teksten omdat er duidelijk aanwijzingen instaan over het verband tussen Spanje en Ierland. De teksten uit de in de 11de eeuw geschreven leabhar (boek) ‘Lebor Gabála Erenn’
De mythische geschiedenis van Ierland van de schepping tot aan de Middeleeuwen. Het beschrijft de golven van invasies in Ierland door achtereenvolgende mythologische volkeren zoals de Fir Bolg’s en de Tuatha De Danann, deze volkeren waren zeer bedreven in de magie en werden geassocieerd met feeën.
De laatste golf van invallers in Ierland waren de Inwoners van Milette of de zonen van Mil Espáine.
De inwoners van Milette werden vereenzelvigd met de galecians, het geen als resultaat gaf dat geschiedenis en mythe in deze indrukwekkende teksten één geheel vormde.
Het meer recentere archeologische en genetische materiaal bewijst dat de Ierse Kelten immigranten zijn van het Iberische Schiereiland. De Ieren begonnen zich aan de westkust van Schotland te vestigen rond 350 n.Chr. en tegen de 9de eeuw domineerden ze het ganse land.
Zowel de historische als de laatste genetische studies bewijzen dat de Kelten afkomstig uit Spanje zich in Ierland hebben gevestigd.
Daarom, gebaseerd op al deze factoren, mag men stellen dat De Cailleach door deze volkeren is mee gebracht naar Ierland en vandaar naar Schotland.
Een ander pseudo historisch Iers verhaal over Oisin’s kinderen ging over hoe de Koning van Munster, Owen Mor naar Spanje vluchtte en daar met Prinses Beara More trouwde. Toen hij met een leger naar Ierland ging landde hij op het eiland Bere. Hij nam zijn bruid mee naar de hoogste heuvel van het eiland, en starend over het eiland noemde hij het eiland “Beara” naar zijn bruid. Owen Mor werd uiteindelijk gedood door de Ierse Koning Conn.
Het is gemakkelijk te zien hoe het verband kon gemaakt worden tussen de naam van de Spaanse prinses Beara, het gebied dat naar haar vernoemd en naar de mensen waarbij zij behoorde, de Cailleaci. Het Iberische verband (of aansluiting) werd in 1915 door Duncan Mackenzie gesuggereerd in zijn werk “De mythen van Babylonie en Assyrië” wanneer er discussie was over hoe de Keltische en Noorse verhalen dikwijls machtige reuzinnen hebben zoals Grendels moeder in Beowulf merkte hij het volgende op: Het is daarom mogelijk dat de Britse verhalen over vrouwelijke monsters die machtiger waren dan hun echtgenoten en zonen, van oorsprong Iberisch en van de latere stenentijd zijn.  
De verhalen van De Cailleach die vanuit Noorwegen in Schotland aankwamen en die de eilanden en de hooglanden vormde met stenen die zij bij zich droeg in haar schort ofschoon dit toeval kan zijn is het interessant om te zien dat het zelfde document al de grote eilanden associeerden met De Cailleach als een deel van een serie migraties van volkeren zowel van uit het noorden van Spanje naar Ierland als vanuit het zuiden van Noorwegen naar Schotland.

Maltesische oorsprong.

Als wij op zoek gaan naar de vroegste oorsprong van De Cailleach, voorafgaand aan Herodotus blijven wij achter met gissingen rond de overeenkomsten tussen symbolen en motieven om daar aanwijzingen te vinden.
Door zulke motieven op te sporen brachten deze ons naar de legenden van Malta, die gingen over de neolithische – megalithische structuren (tempels), waarvan men denkt dat deze van de oudste ter wereld zijn.
Van de megalithische reuzen Ggantija (reuzen) staan tempels op het eiland Gozo en die tussen 3600 – 3000 v.Chr. gebouwd werden. Legenden vertellen ons dat de tempels in één nacht gebouwd werden door de reuzin Sansuna. Van haar werd ook verteld dat zij het hunebed met 1deksteen in Xagbra en Gozo op haar hoofd droeg terwijl ze de ondersteunende stenen in haar handen droeg. Dit hunebed werd lang gebruikt als bevallingssteen voor aanstaande moeders. Dergelijke verhalen werden regelmatig weergevonden in verhalen over De Cailleach. Het is waarschijnlijk zo dat we de legenden van Gozo mogen zien als een mogelijke vroegere oorsprong van De Cailleach en dit vanaf de 1ste gebouwde megalithische tempel.
De bouwers van de Maltese tempels verdwenen rond 2300 v.Chr. spoorloos, waardoor wij alleen kunnen gissen wat er met hen, hun kennis en religie gebeurd is. Het is zeer verleidelijk om te suggereren dat sommige bouwers van de Maltese tempels door het ganse middellandse zeegebied reisden en zich vestigden in Spanje en hun legenden met zich meenamen.

De Ierse manuscripten.

In het volgen van het pad van De Cailleach doorheen de geschiedenis en doorheen verschillende naties werden we geconfronteerd met het feit dat het meeste materiaal waarover we beschikken enkel in de laatste 2 eeuwen werd opgeschreven.
Alleen enkele Ierse verhalen zijn ouder.
Het éérste verhaal dat specifiek over de wieg van De Cailleach gaat zoals zij vandaag bekend is, was in “Het klaaglied van de oude vrouw van Beara” uit de 9de eeuw. Dit verhaal beschreef haar zeer hoge leeftijd waardoor zij de Bijbelse overstroming gezien en meegemaakt heeft en waarin zij haar verloren liefdes betreurde en er een sombere toekomst overbleef voor een oude vrouw die niets meer had om naar uit te kijken.
Het Gele boek van Lecan geschreven in de 14
de eeuw en puttend uit vroegere bronnen ging zelfs zo ver om haar de genetische grootmoeder van de mensheid te noemen met haar 50 kinderen bij 7 echtgenoten, waardoor zij de stichters waren van alle stammen in de Wereld.

Andere verhalen gaan over een naamloze, oppermachtige heks die mogelijk De Cailleach vertegenwoordigt.
Net zoals de verhalen over haar in Schotland, Ierland en het eiland Man zijn er ook verhalen van uit andere landen die wij ook moeten bekijken in onze zoektocht naar De Cailleach.
Folklore uit Engeland, Wales, Frankrijk en zelfs het eiland Jersey duiden op sporen van De Cailleach, zoals bvb plaatsnamen. Dus als wij een verwijzing zien in een tekst of symbool uit de 12de eeuw uit grafheuvels van een oude vrouw, zoals in New-Yokshire in Engeland kunnen we ervan uitgaan dat deze gelinkt zijn met De Cailleach. De teksten op de grafheuvel zinspeelde op De Cailleach en de plaatsnamen zijn vergelijkbaar met de betekenis van haar naam en voorziet ons van meer indirecte bewijzen.

Verwante Namen.

Om oude verwijzingstekens op te sporen die mogelijk afgeleid zijn van De Cailleach, is het nodig om de verschillende betekenissen van haar naam te onderscheiden. Het woord cailleach heeft verschillende betekenissen zoals bvb ‘oude vrouw’, ‘heks’, ‘oud wijf’, ’non’ of ‘gesluierde’. Het woord is oorspronkelijk afgeleid van het Latijnse woord pallium, het geen betekent sluier of mantel.
Toen de noordelijke Keltische talen een taalkundige verschuiving ondergingen zoals p werd een c/k/r werd pallium callium en vandaar naar cailleach (in het oude Griekenland met een k)
.
De verschillende variaties van De Cailleach die gevonden werden op verschillende plaatsen zijn ondanks hun overeenkomsten niet allemaal hetzelfde wezen, maar een categorie van wezens.
Het verloop van de gelijkmaking van naam en eigenschappen leidde tot een ganse reeks van bovennatuurlijke heksen in Schotland die vergelijkbaar zijn met elkaar.
Het Schotse woord carlin of carling betekent oude vrouw of heks en werd gedurende eeuwen rechtstreeks gelijkgesteld met De Cailleach.    
Zo werd het personage ‘Gyre Carling’ wiens naam bijtende oude vrouw betekent, gelijkgesteld met De Cailleach. Bheur, hetgeen ook bijtende oude vrouw betekent, waardoor de 2 personages in elkaar opgingen en daardoor 1 homogeen wezen werd, en dat was zeker het geval nadat Gyre Carling in de 16de eeuw ook beschreven werd als een bovennatuurlijk wezen. Vanuit dit oogpunt zien we hoe de Gyre Carling, die net zoals De Cailleach beschreven werd als koningin der Elfen zou moeten gelijkgesteld zijn met de figuur Nicnevin in het boek “ De minstrelen kunst van de Schotse grens” 1821 geschreven door Sir Walter Scott. Dit was ook een reusachtige heks die vernoemd werd in de 16de eeuw en ook beschreven werd als de Koningin der Elfen. Nicnevin betekent ‘dochter van Nevis’ waarbij men verwijst naar de berg Ben Nevis (de hoogste berg van Schotland) dit zou de thuisbasis zijn van Cailleach Bhaer. Dan is de veronderstelling dat zij één en dezelfde persoon zijn gemakkelijk te aanvaarden.

Godin of Geest?

Wanneer overwogen word of De Cailleach een Godheid of een bovennatuurlijke figuur is, zou men er goed aan doen om zich de woorden van de folklorist Donald A. Mackenzie uit zijn essay De Hooglandse Godin 1912 te herinneren: De Goden en Godinnen werden nooit verafgood in die zin zoals wij dat interpreteren. Indien ze geen offers kregen waren ze toch gecharmeerd door hun optreden binnen magische ceremonies (rituelen).
Mackenzie noemde haar koningin van de Winter.
Sommige kenmerken treden naar voren in de bij elkaar passende Cailleach legendes en mogen zeker gezien worden als thema’s die bij De Cailleach passen, deze zijn:
1)      Opzettelijk of per ongeluk land vormen met daarbij de vorming van meren, heuvels, eilanden en megalithische constructies.
2)      Een verband met water door het openen van bronnen, vormen van meren en de loop van rivieren te bepalen.
3)      Een duidelijk verband met het winterseizoen.
4)      Een reusachtige grote lichaamsbouw.
5)      Haar onmetelijke ouderdom, zijnde één van zo niet het oudste eerste wezen.
6)      Haar voogdij over dieren.
7)      Haar vermogen om van vorm te veranderen, o.a. in een jong meisje of maagd, een reiger of rots. Bovendien word in een aantal Ierse verhalen de heidense Cailleach naast het christendom geplaatst en dit op zo’n manier dat varieert van respectvol tot kleinerend.
De verhalen die over De Cailleach verteld worden, kunnen dienen als vb. van de spirituele herinneringen waarin het Britse volk en zeker die van Schotland en Ierland geloofden. Aangezien zij werd gezien als een welwillende heidense reuzin die het land vorm gaf, werd zij nu door de 1
ste christenen gezien als een neurale figuur die gerespecteerd werd als een deel van het proces van de natuurlijke ontwikkeling. Na verloop van tijd werd zij als duivels aanzien en werd het christendom terug onbuigzaam en éénzijdig.

 

De verschillende namen van De Cailleach

Er doen verhalen de ronde over verschillende Cailleachen met andere namen en titels, waarbij er velen vernoemd zijn naar plaatsen of streken waarmee zij in verband worden gebracht. Zij omvatten de Ierse Cailleach Beara (de Cailleach van Béarra), de Cailleach van het eiland Man (de weemoedige Cailleach), de Cailleach-ny-Gueshag (de Cailleach van de ‘magische’ kunst), en nog vele die gevonden zijn in Schotland zoals, Cailleach Bheur (de gewiekste), de Cailleach Mhore (de grote Cailleach) enz.
Het aantal verschillende titels die aan De Cailleach gegeven werden, leid ons naar de voor de hand liggende conclusie dat zij vele regionale namen had of dat de naam Cailleach gebruikt werd door een klasse van bovennatuurlijke wezens zoals de capuchon geesten Genii Cucullati (vaak met drieën afgebeeld) met een nauwe correlatie met de oude Moeder Godin (eveneens vaak afgebeeld met drie gezichten). Het is dan ook niet verwonderlijk dat men de naam Cailleach gebruikte als ‘oude vrouwen’.
Meer recentelijk werd de namen gebruikt in het boek “De Zilveren Boog” van Florence Mc. Neill en “De Cailleachen of storm heksen”, die allen de elementaire krachten van de natuur vertegenwoordigen en beheren.
 

De mogelijkheid van een Priesteres.

Inderdaad, wanneer we de duidelijke migratie van De Cailleach in sommige volksstammen overwegen zoals bij de Celtiberians uit Gallicië of van de Noorse invloed tot in Schotland, kunnen we er over speculeren of deze categorie van bovennatuurlijke oude vrouwen in feite hun oorsprong vinden in oude priesterschap en daardoor een lijn van magische kennis doorgeven en een oudere Godin vertegenwoordigt die mogelijk De Cailleach is. Als wij de motieven van De Cailleach herbekijken, zien we een combinatie van eigenschappen die duidelijk bovennatuurlijk zijn of die anders een rol in het priesterschap kunnen spelen.
De verhalen over het scheppen van het land verenigt gebeurtenissen die bovennatuurlijk zijn zoals het vormen van grote kenmerkende landschappen, met menselijke pogingen zoals de megalithische bouwwerken (Labbacallee).
Het verband met water, zoals de beschermende genezende bronnen, werd in de Keltische wereld aanzien als de verering van een genezende Godheid en, zoals we zullen aantonen, is dit een terrein die verrassend bewijzen aanvoert als ondersteuning van de theorie van priesterschap. De samenwerking met de winter is een samenwerking met de bovennatuurlijke wezens. Daar zij reusachtig van vorm zijn, werden zij dikwijls aanzien als van Goddelijke aard in de Keltische wereld. Er zijn ook aanwijzingen naar een grote gestalte die doet denken aan een priesteres verering en naargelang de tijd voortging altijd overdreven werd.
De leeftijd van De Cailleach kan wijzen op of wel de oudheid van haar wezen of van een verering waarin zij aanbeden werd en waardoor de kennis doorgegeven werd door de eeuwen heen. De priesteressen zouden ook zeer oud zijn daar hun opleiding zéér lang duurde, aangezien het reeds een 20 jaar duurde om druïde te worden zoals genoteerd werd door Julius Ceasar rond 50 jaar v.Chr. in zijn boek “De veldslagen van de Gallische Oorlogen” (ooggetuigen verslagen).
In zijn provocerende essay (persoonlijke visie) “De Herten verering en De Herten Godin”, verering van het oude Caledonië (Schotland) argumenteerde Mackay overtuigend dat een priesteres verering gepaard gaat met de herten in het oude Schotland. Als men naar dit bewijs kijkt, geeft sommige informatie een identiteit aan de sekte namelijk De Cailleach Nam Fiadh Mhor of anders gezegd De Cailleach De Grote (reusachtige) vrouwen die de herten beschermden, ‘de zeven grote vrouw van Jura’, komen voort in 2 verhalen van Colin Campbell.
Er is reeds verwezen naar een verhaal, waarschijnlijk van Badenoch waarin een heks verwijst naar de gruwelheden van haar “zusterschap” , zo’n zusterschap of heksen Coven kon alleen maar een groep van herten priesteressen zijn en zij vertegenwoordigden een groep van Godinnen.
Deze verwijzing naar een oude cultuur gaat voort in deze essay toen men schreef: Eiland Eigg (een eiland in de hebriden aan de westkust van Schotland), word nog altijd het eiland Ban Mora genoemd, eiland van de grote vrouwen. Een klein meer met wat prehistorische gebouwen of paalwoningen werd bewoond door vrouwen van zulke unieke proporties dat de stenen in het meer, die zij gebruikten om naar hun woning te gaan zo ver uit elkaar lagen dat ze door andere personen niet konden gebruikt worden. Dat is volgens één traditie.
Volgens een andere traditie is de missionaris St. Donan en nog een groot aantal van zijn volgelingen gemarteld door de amazone Koningin die over het eiland regeerde; de Koningin in kwestie kan moeilijk anders zijn dan een reuzin.
Het uiteindelijke doel van gedaantewisseling had interessante bijbetekenissen, zoals het dragen van zoogdieren en vogelhuiden die door priesterschappen over gans de wereld goed gedocumenteerd werd door de eeuwen heen. Het idee dat een oude vrouw zich veranderde in een jong vrouw (maagd), kon gemakkelijk gezien worden als het begin van de opleiding van ervaren oudere priesteressen en de nieuwelingen.

 

WORD VERVOLGD. . . . . . . .